Misbruikte Seema knokt zich naar zelfstandig bestaan

Seema Ainoel werd maandenlang misbruikt, nota bene door een veroordeelde moordenaar. Vervolgens werd ze door haar familie en de Hindoestaanse gemeenschap in Nederland als een schande gezien. De familie-eer ging boven haar welzijn. „Ik vertel dit omdat ik weinig meer te verliezen heb.”

Het was de zwartste periode in haar leven. Maandenlang werd de nu 31-jarige Seema in haar woonplaats Assen misbruikt. Keer op keer werd ze verkracht. Vervolgens hoorde ze de bedreigingen aan: zou ze naar de politie gaan, dan zou ze haar eigen doodvonnis tekenen. Ze werd ontvoerd, weggestopt in Parijs en klopte na een omzwerving weer bij haar familie aan. Maar op een liefdevol onthaal hoefde ze niet te rekenen. Over het misbruik werd niet gesproken, en alleen als ze een relatie aanging met haar eigen neef zou de familieband niet doorbroken worden.

In haar rijtjeswoning in Rotterdam blikt Seema terug op die tijd. Opgewekte geluiden van tekenfilmfiguren vullen de woonkamer. Op de grond naast de zwarte leren hoekbank spelen haar twee jongste kinderen in pyjama. Ze is de schaamte voorbij, vertelt ze. „Ik kan niet langer zwijgen over wat me is gebeurd.”

Ze had die dag in juni 2002 overal willen zijn, behalve daar. De 15-jarige Seema (die toen nog Ziema werd genoemd) zat ’s ochtends zwijgend in de Thalys naar Parijs, naast de neef van haar verkrachter. Omdat ze drie weken eerder eindelijk de moed had gehad om aangifte te doen tegen Mohammed A., moest ze verdwijnen. Wat stond haar te wachten? Vragen stellen mocht ze niet. De reis leek dagen te duren. Op fluistertoon beet de neef haar zo nu en dan toe: „Je weet wat er met je gebeurt als je niet meewerkt.” Ze maakte zich klein, wou dat ze kon verdwijnen.

Negen jaar cel

De maanden ervoor had de Pakistaanse Mohammed A. haar keer op keer aan haar verstand gepeuterd waar hij toe in staat was. In 1995 vermoordde hij zijn ex-vriendin Cristina Conte. Haar lichaam werd nooit meer gevonden. Hij kreeg negen jaar cel en kwam na zes jaar vrij. Geleerd had hij niet van die straf. Tientallen keren verkrachtte hij Seema. Als hij klaar was, pakte hij haar stevig bij haar bovenarm, of klemde hij haar kaken strak tussen de vingers van één hand. De boodschap was duidelijk. „Als ik erover zou praten, zou hij mij ook doden en mijn lichaam laten verdwijnen.”

Seema was nog maar een meisje van 14 toen in 2001 de veroordeelde moordenaar A. op haar pad kwam. Nadat hij zijn straf had uitgezeten kreeg hij een relatie met Seema’s buurvrouw in Assen. „Ik paste regelmatig op haar dochtertje. Voor een van die oppasavondjes vertelde A. dat zijn zus ook nog iemand zocht voor haar kinderen. Hij nodigde me uit om bij hem langs te komen en zijn zus te ontmoeten.”

Seema ging op die uitnodiging in. „A. leek een aardige man. Hij had een ingevallen, maar vriendelijk gezicht. Zijn zwarte lange haar zat achterovergekamd. Hij kletste gezellig.” Zijn zus, zei hij, zou zo arriveren. Of ze wat wilde drinken? „Ik geloof dat het cola was, of een sapje. Niet veel later voelde ik mijn lichaam zwaar worden. Ik was ineens zo moe. Toen pas liet Mohammed zijn ware gezicht zien.”

A. had helemaal geen zus, hoorde Seema later. Het was het begin van maandenlang misbruik. „Hij haalde me van school en nam me mee naar zijn huis. Bijna dagelijks stond hij me op te wachten. En altijd moest ik die ene parfum voor hem opdoen, van DKNY. Die vond hij zo lekker.” Erover praten kon Seema niet. „Ik schaamde me en voelde die angst.”

Het was kiezen tussen twee kwaden: „Of ik stapte naar de politie, of uit het leven.” Seema voerde meerdere gesprekken met de zedenrechercheur. Haar ouders werden ingelicht. „Mijn moeder vloog me aan toen ze het hoorde. Ze nam me direct mee naar de huisarts om te kijken of ik zwanger was. Dat zou een nog grotere schandvlek zijn voor de familie, dan mijn ontmaagding.”

Een kleine drie weken later hoorde A. van de aangifte. „Hoe hij erachter kwam, weet ik niet. Hij belde. Furieus. Zijn neef zou me die nacht ophalen. Weer dreigde hij dat me hetzelfde lot te wachten stond als Cristina, als ik niet mee zou gaan.” Op het station in Groningen wachtten ze tot ’s ochtends vroeg de eerste trein vertrok. „Ergens in de Randstad stapten we over op de Thalys.”

Ze werd gestald bij een Pakistaanse familie in een buitenwijk van Parijs. „Een man, vrouw en een kind, die ook maar deden wat hen werd opgedragen door Mohammed. De vrouw zei dat ze me niet kon helpen, omdat ze anders zelf in de problemen zou komen.” In een slaapkamertje sleet Seema haar dagen op een eenpersoonsbed met een wollen deken. Zitten, liggend, huilend, en continu angstig. „Het was warm. Het kleine raam, dat uitkeek op een muur van de buren, mocht niet open. Ik moest een islamitisch gebed uit mijn hoofd leren. Voor mijn huwelijk met A., zeiden die mensen. Ook lieten ze me een hoofddoek dragen.”

In de tussentijd werd A. aangehouden voor verkrachting. Ruim een week na haar verdwijning deden haar ouders een oproep in De Telegraaf. „Ziema, waar ben je?” Het zou nog weken duren voor ze hun dochter terugzagen.

Hoe lang ze precies bij die familie zat, herinnert Seema zich niet meer. Twee weken? Drie? Tot ze op een dag met de vrouw des huizes nieuwe kleren mocht kopen. „Ik had alleen de spijkerbroek en het T-shirt van de dag van mijn verdwijning.” In de kledingwinkel zag ze haar kans. „De vrouw stond bij een rek. Ik draaide me om en zette het op een rennen. ’Niet achteromkijken, niet achteromkijken’, herhaalde ik in mijn hoofd.”

’Ik was besmet’

Zonder een woord Frans te kunnen, en alleen wat gebrekkig Engels, zonder geld en telefoon, vond Seema na uren en uren lopen eindelijk Gare du Nord. „De hele reis heb ik op de wc gezeten, de deur niet op slot zodat de conducteur er voorbij zou lopen. Bang om betrapt te worden, maar zo opgelucht.”

Haar thuiskomst was niet hartelijk. „Ik belandde in handen van een loverboy en verbleef vervolgens twee jaar in een jeugdinstelling.” Alleen op voorwaarde dat Seema daarna een relatie met haar neef aanging, wilde haar familie contact houden. „Een geënsceneerde verbintenis met een gewelddadige jongen, alleen maar om de eer van de familie nog enigszins hoog te houden. Ik was besmet: alles voor het plaatje naar de buitenwereld toe. Over het misbruik werd vervolgens niet meer gesproken”

Alleen aan haar vader heeft ze steun. „Mijn ouders gingen uit elkaar omdat mijn moeder me niet kon accepteren. De Hindoestaanse gemeenschap behandelde me als minderwaardig. In hun ogen was ik niet een slachtoffer van misbruik, maar de dader. Ik had me vast te bloot gekleed, of te uitdagend naar hem gekeken.”

Het voelt voor haar alsof ze door het misbruik nooit een kans op een normaal leven heeft gehad. „Ik werd jong moeder, heb geen vervolgopleiding gevolgd en voelde me altijd tweederangs. Ik moest van mijn familie dankbaar zijn dat mijn neef zo ’loyaal’ was om een relatie met me aan te gaan, om de familienaam nog een beetje te redden. Dat wreef hij er ook graag in.” Seema woonde jarenlang met hem samen. „Regelmatig verdween hij een periode. Dan was hij bij een van zijn andere vriendinnen. Hij heeft me mishandeld en zelfs een keer in woede overgoten met benzine.” Waarom ze hem niet direct verliet? „Het voelde of ik voor mijn bestaan afhankelijk van hem was. Hij was de brug tussen mij en mijn familie. De innerlijke strijd die ik voerde om in te zien dat ik wel wat waard ben, heeft jaren geduurd.” Kortgeleden zette Seema toch een punt achter de relatie. „Het is klaar. Ik ga mijn leven leiden zoals ik het wil.” Volgende week doet ze mee aan de Indian Beauty Queen-verkiezing, met de bedoeling om taboes binnen de Hindoestaanse gemeenschap te doorbreken.

Seema probeert zo veel mogelijk vooruit te kijken. Af en toe lukt het haar om te vergeten wat er is gebeurd. Maar als ze de geur van de DKNY-parfum ruikt, komen de herinneringen in alle hevigheid weer terug. „Het roept een gevoel van walging bij me op. Als ik dat ruik, wil ik vluchten.

Sophie Kluivers

Spread the love
  • 2
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    2
    Shares

Related posts

Leave a Comment