Den Haag is een prachtige stad, maar niet voor iedereen even makkelijk om in mee te komen. Dat ziet gemeenteraadslid Mairan Sewtahal (Hart voor Den Haag) elke dag. Als geboren en getogen Hagenaar weet hij waar het goed gaat, maar ook waar mensen vastlopen. “Juist daarom kies ik voor een partij die dicht bij bewoners staat en doet wat nodig is.”
Sewtahal woont in Wateringse Veld (Hoge Veld), in stadsdeel Escamp. Zijn betrokkenheid bij de stad komt niet alleen voort uit de politiek, maar ook uit zijn eigen ervaring. Jarenlang werkte hij in het onderwijs en zette hij zich vrijwillig in voor ouderen. “Dan zie je van dichtbij hoe ongelijkheid en eenzaamheid mensen kunnen raken,” zegt hij. “Dat mag nooit normaal worden.”
Naast zijn maatschappelijke inzet is Sewtahal ook ondernemer. Die combinatie geeft hem een scherpe blik op regels en procedures. “Ik merk dagelijks hoe onnodige bureaucratie leidt tot frustratie en stilstand. Ondernemers willen ondernemen, niet verdwalen in papierwerk. Zij verdienen vertrouwen en steun, geen extra barrières.”
In zijn eigen wijk ziet hij concrete problemen die om actie vragen. Files tasten de leefbaarheid aan en winkelstraten zoals de Paul Krugerlaan, Hobbemastraat en Weimarstraat hebben te maken met zwerfafval en achtergelaten fietsen. “Dat lijkt misschien klein, maar het bepaalt hoe mensen hun buurt ervaren. Een schone, veilige straat maakt echt verschil.”
Een belangrijk speerpunt voor Sewtahal blijft de ondersteuning van Haagse jongeren. Hij pleit voor tijdige hulp, extra aandacht voor gezinnen met een kleine beurs en veilige schoolomgevingen waarin pesten hard wordt aangepakt. “Elk kind verdient een eerlijke start.”
Ook voor ouderen blijft hij zich inzetten. Goede zorg, persoonlijk contact en waardigheid staan daarbij centraal. “Oud worden mag nooit betekenen dat je wordt vergeten.”
Zijn boodschap is helder en consequent: minder praten, meer doen. “Den Haag heeft geen behoefte aan extra lagen regels, maar aan oplossingen die werken. Voor jongeren, ondernemers, ouderen en alle Hagenaars.”

